Home

Financiële begroting

Algemeen
De uitgangspositie voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 is voor een belangrijk deel reeds opgenomen in de voorjaarsnota 2023 die op 4 juli door de raad is behandeld. Separaat aan de voorjaarsnota bent u geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire gemeentefonds. Deze circulaire is ook de basis voor de toe te passen indexaties (waar van toepassing).

Aantallen inwoners en woningen
In de meerjarenbegroting nemen het inwoneraantal en het aantal woonruimten toe vanwege de uitbreidingswijken Geerpark, De Grassen en Steenenburg. Deze leiden tot een jaarlijkse groei in de toekomstige jaren op basis van de gefaseerde woningbouwplanning op deze locaties.     

Rente financieringsmiddelen
In deze begroting is rekening gehouden met 3% rente voor het aantrekken van vaste geldleningen, indien de financieringsbehoefte groter is dan de kasgeldnorm. Tot het bedrag van de kasgeldnorm wordt gewerkt met dag- of kasgeld. Wij gaan er van uit dat de rente voor kort geld 3,5% zal bedragen. De interne rekenrente is 0,8%.  

Kapitaallasten investeringen
Conform wettelijk voorschrift worden de kapitaallasten (rente en afschrijving van een meerjarige investering) tot het volle bedrag in de begroting opgenomen. Het uitgangspunt is dat investeringen op lange termijn gedekt moeten zijn binnen de structurele begrotingsruimte.   

Salarisontwikkeling
De huidige cao gemeenten loopt tot 1 januari 2024. De salarislasten zijn in de begroting 2023 meerjarig doorgerekend met 9% salarisstijging bij de 1ste berap 2023. De loonindexering die in de meicirculaire is opgenomen (5,2% Loonvoet sector overheid), is de basis voor een voorlopige reservering als loonkostenstijging voor 2024. Voor jaarlijkse periodieke stijgingen is een gebruikelijke verhoging van 0,5% opgenomen. Zodra er een nieuwe cao is, zal de raming indien nodig worden bijgesteld via een bestuursrapportage.

Loon en prijsontwikkeling
Op basis van de meicirculaire gemeentefonds is een prijsindexatie opgenomen van 3,0%.
De budgetsubsidies worden jaarlijks geïndexeerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de subsidiecomponent voor personeelskosten en de overige subsidiecomponenten. Voor de overige subsidiecomponenten geldt het algemene indexcijfer dat toegepast wordt in de gemeentebegroting. In de component ‘personeel’ wordt rekening gehouden met de verwachte loonontwikkeling. Voor deze indexering wordt aangesloten bij de gemiddelde CBS-index voor CAO-lonen in de gesubsidieerde sector. Bij het ramen van de subsidies op grond van de subsidienota is voor de budgetsubsidies uitgegaan van 25% bureau- en uitvoeringskosten en 75% salariskosten.

Tarievenbeleid
Bij de dienstverleningen, zoals afvalstoffenheffing, het rioolrecht, de leges, rechten en marktgelden streeft de gemeente naar een kostendekkend niveau.
Voor de Onroerende zaakbelasting zal het tarief (uitgedrukt in een percentage van de waarde van het onroerend goed) zodanig worden aangepast dat een opbrengststijging wordt gerealiseerd met alleen de inflatiecorrectie van 3%.  
Ten aanzien van de leges worden over het algemeen de tarieven eveneens met de inflatiecorrectie van 3% verhoogd. De tarieven waarvoor kostendekkendheid geldt worden op basis van de kostprijs-berekening opgesteld. De tarieven voor hondenbelasting blijven ten opzichte van 2023 ongewijzigd. Hetzelfde geldt voor de (water-)toeristenbelasting. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het vastgestelde waterplan inclusief inflatiecorrectie.  
Voor de afvalstoffenheffing zijn de tarieven, als gevolg van de besluiten om vanaf 1 januari 2024 oud papier in de PMD container op te halen en PMD in doorzichtige plastic zakken, herberekend. Dit wordt in de paragraaf Lokale heffingen verder toegelicht.

Deze pagina is gebouwd op 10/26/2023 16:39:13 met de export van 10/26/2023 16:26:28